Posts

Komkommerkruid

Komkommerkruid, een wonderbaarlijke oude plant

Als lid van vereniging Groei & Bloei Breda kreeg ik bij het tijdschrift een zakje eetbare tuinzaden in het kader van de eerste “Nationale Tuinweek”.

En zoals een goed lid betaamt, heb ik dit zakje in mijn tuin uitgestrooid. Ik had niet veel hoop op een leuk plantje, want de grond in mijn tuin is niet goed, ronduit slecht. Één eeuwenoude plant heeft het echter toch gered met ook een klein beetje hulp van mij, overigens, maar daar kom ik zo op terug. En wat ben ik trots op deze plant! Het is een prachtplant geworden met mooie felblauwe eetbare bloemen die in de salade een beetje smaken naar komkommer, vandaar ook de naam komkommerkruid.

Pas half augustus zette de groei goed door en verschenen er meerdere grote behaarde bladeren. Deze werden echter aangevreten. En niet een klein beetje ook: een knalgroene rups trof ik aan onder een blad. Die heb ik laten zitten, en die heeft in totaal wel twee hele bladeren op. Maar ook de andere bladeren werden aangevreten, totdat ik in de schemer een keer op slakkenjacht ging. Ik heb veel kleine beige slakken in de tuin, die de hosta’s aanvreten. Per ongeluk stapte ik in het donker op iets wat leek op een vinger. Ik deed van schrik nog een stap achteruit en trapte toen voor mijn gevoel op een tweede vinger. Het bleken twee grote slakken te zijn op weg naar de border, naar de nieuwe plant.

Later bleek dat die slakken zich overdag onder de teakhouten vlonders van het terras verscholen en ’s avonds op pad gingen naar de border om zich te goed te doen aan fris groene blaadjes. En blijkbaar valt komkommer ook in de smaak bij grote dikke slakken.

Toeval dus, dat mijn komkommerkruid niet meer werd aangevreten. De plant groeide opeens snel uit tot ongeveer 60 cm hoogte en kreeg een dikke stengel van wel vier cm dik. Twee weken geleden kwamen er bloemen en moest ik Joke Vos van de Dijkgaerd vragen wat die prachtige plant was. Zij vertelde over het wonderbaarlijke eeuwenoude komkommerkruid en dat je die prima kunt eten en uit het zakje van de Nationale Tuinweek komt. Gelukkig is er nog iets uit dat zakje gekomen, uit dat verrassingszakje van Groei & Bloei!

Uit Wikipedia:

De bernagie (Borago officinalis), ook vaak komkommerkruid genoemd, is een gemakkelijk herkenbare, ruwharige, eenjarige plant met blauwe bloemen.

Borago zou van het Italiaanse “borra” komen wat “wol” betekent, verwijzend naar de dikke, grijze en korte beharing van de plant. De Romeinse Plinius schreef over deze plant ”ego Borago Daudia semper” wat vrij vertaald “ik borago breng altijd moed” betekent.

Wisselbeplanting in rood

I love red!

Zoals ik al eerder heb geschreven, loop je soms tegen een prachtige combinatie aan. Zo deed ik dat pasgeleden ook weer. Dit keer was het de kleur rood: de kleur van de liefde en wie houdt daar nu niet van?

Ik zou eigenlijk met een vriendin gaan kijken naar een ‘demoborder’ met eenjarigen (de zogenaamde wisselbeplanting), maar zij moest helaas verstek laten gaan. Na de uitleg over de border met wisselbeplanting, konden we zelf ons hart ophalen en aan de slag met het kiezen en kopen van planten.

Zodoende heb ik voor haar een bloemencombinatie samengesteld voor haar veranda. In het rood, dit keer. Daar moet je wel lef voor hebben! Geen punt voor haar.

“I love red” ging het via de whatsapp!

En dat was duidelijke taal. Op haar veranda stonden vier grijze bloembakken met siergrassen. Alleen het grijsblauwe gras Festuca glauca “elijah blue” had de afgelopen winter overleefd. Die moest dus blijven.

Uiteindelijk heb ik daaraan toegevoegd vlnr:

  • Agastache auriantica ‘Apricot Sprite’ (lichtoranje);
  • Carex Bronco (bruin gras);
  • Coleus Red Velvet (rood blad);
  • Zinnia elegans (oranje, rood en een kleur ertussen);
  • Lobelia Faniculate ‘Burgundy’ (hoge plant in de tweede bak);
  • Dahlia Happy days (laag rode variant met donker blad).

Deze zijn samen met het overgebleven blauwgrijze gras van de Festuca glauca in de bakken geplaatst. Het resultaat mag er wezen. Zeg nu zelf!

Ik hoor graag wat u ervan vindt.

vlnr: Agastache auriantica ‘Apricot Sprite’; Carex Bronco; Coleus Red Velvet; Zinnia elegans en Festuca glauca ‘elijah blue’.

vlnr: Agastache auriantica ‘Apricot Sprite’; Carex Bronco; Coleus Red Velvet; Zinnia elegans en Festuca glauca ‘elijah blue’.

vlnr: Festuca glauca ‘elijah blue’, Agastache auriantica ‘Apricot Sprite’; Lobelia Faniculate ‘Burgundy’; Carex Bronco en Dahlia Happy days.

vlnr: Festuca glauca ‘elijah blue’, Agastache auriantica ‘Apricot Sprite’; Lobelia Faniculate ‘Burgundy’; Carex Bronco en Dahlia Happy days.

vlnr: Festuca glauca ‘elijah blue’, Dahlia Happy days, Carex Bronco; Lobelia Faniculate ‘Burgundy’, Zinnia elegans en Coleus Red Velvet.

vlnr: Festuca glauca ‘elijah blue’, Dahlia Happy days, Carex Bronco; Lobelia Faniculate ‘Burgundy’, Zinnia elegans en Coleus Red Velvet.

vlnr: Dahlia Happy days; Agastache auriantica ‘Apricot Sprite’; Zinnia Elegans; Festuca glauca ‘elijah blue’ en Lobelia Faniculate ‘Burgundy’.

vlnr: Dahlia Happy days; Agastache auriantica ‘Apricot Sprite’; Zinnia Elegans; Festuca glauca ‘elijah blue’ en Lobelia Faniculate ‘Burgundy’.

Een mooi trio: Acanthus mollis, Malva moschata en Verbascum chaixii

Een prachtig witte combinatie…

In juni loop je nog al eens tegen een prachtige combinatie aan. Zo deed ik dat gisteren ook. In het wit, dit keer. En alle tuinarchitecten weten dat wit moeilijk is in een tuin, tenzij je alles wit doet. Wit creëert voor het oog snel gaten in een border. Het is weliswaar optisch bedrog, maar wij tuinontwerpers en architecten houden daar niet van. Hier was dan ook sprake van een volledig witte border.

Je moet wel de ruimte hebben voor deze combinatie. Van links naar rechts zie je een Acanthus mollis (Akant) die wel meer dan een vierkante meter kan beslaan, een Malva moschata (kaasjeskruid) en tot slot helemaal rechts Verbascum chaixii (Toorts). Alle drie hebben last van strenge winters, de Acanthus kan zelfs zo hard invriezen dat hij het jaar daarop niet bloeit, alleen maar bezig om weer te bekomen. De Malva moschata is een tweejarige, kortlevende vaste plant. Vermeerder die dan ook, want hij is niet erg winterhard. Dan kun je er volgend jaar weer van genieten. De Verbascum Chaixii is ook een kortlevende vaste plant. Vermeerderen kan door te stekken. Op deze manier kun je lang van deze combinatie genieten.

Kijk voor meer ideeën voor een witte tuin op mijn Pinterest of neem contact met me op om een witte border te creeëren.

Dianthus plumarius (anjers)

Anjers, niet ouderwets!

Om mijn plantenkennis op peil te houden, help ik één keer per week mee in de tuin van Joke Vos “De Dijkgaerd”. Ik doe dat sinds april en het bevalt me super. Niet alleen ben ik dan een ochtend in de buitenlucht en beweeg ik volop, ik geniet er ook echt van om te kijken naar wat de natuur allemaal voort kan brengen. Ik houd keurig netjes op mijn laptop bij wat ik elke week zie veranderen in de tuin en welke planten in bloei komen of juist zijn uitgebloeid. Zo heb ik sindsdien al enkele A4-tjes vol geschreven met tips voor mezelf en wetenswaardigheden over het echte tuinieren.

Al scharrelend door de tuin van tuinkamer naar tuinkamer zijn er behoorlijk wat planten die mijn aandacht trekken. Maar natuurlijk zijn er altijd een paar die extra interessant zijn. Ze boeien je dan persoonlijk. Zo had ik nooit iets met anjers. Ze stonden altijd in een vaas bij oude mensen met grijs haar en een permanentje.

Nu heeft Joke twee natuurstenen bakken aan het begin van de tuin staan, waar in april nietszeggend grijs blad in stond. Het oogde rommelig, eerlijk gezegd. Ze vertelde dat er anjertjes in groeiden. En ik weet nog dat ik dacht “eugh”. Aan de bakken hoefden we nooit iets te doen. De rest van de tuin vroeg onze aandacht: er moest gewied worden, het geel geworden blad van de tulpen moest worden weggehaald, het lelijk blad van de Allium afgeknipt, lege plekken opgevuld etcetera.

Totdat die lieve kleine anjertjes in bloei kwamen. Ik was meteen verkocht. Ik bekeek ze eens beter. Geweldig, wat een mooi bloemetje is dat! Die opa’s en oma’s waren zo gek nog niet. In de ene bak staat een anjertje met kleine lieve bloemetjes met roze en een hardroze kleur in het midden. In de andere bak staat een anjertje met de kleuren precies andersom. Kijk maar eens naar de foto. Dan zie je ze staan aan het begin van het pad in de grote platte bloembakken.

En nu ben ik benieuwd wat u daarvan vindt? Bent u net zo onder de indruk als ik? Is het misschien iets voor uw eigen voor-of achtertuin voor dat plekje in de zon, waar bijna niets wil groeien? Bel of mail me, dan kijk ik wat ik voor u kan betekenen.

Geniet van gewone bijzondere planten!

Krokus "King of striped"

Krokus en sneeuwklokje vermeerderen

Mijn vader draagt zo nu en dan onderwerpen aan voor mijn website. Zo kwam hij laatst met de vraag hoe bolgewassen zoals krokussen, sneeuwklokjes en narcissen zich voortplanten, want er zijn nog helemaal geen bijen te zien!

Hij bedoelde daarmee de zogenaamde stinsenplanten. Het woord “stins” betekent “stên hûs” ofwel stenen huis in het Fries. Dit was een versterkte adellijke woning in Friesland (van Dale). De eigenaren, adellijke heren met aanzien, konden het zich permitteren om voorjaarsbloeiers te importeren en rondom hun huis te planten. Stinsenplanten zijn in de regel voorjaarsbloeiers met opvallende bloemen. Stinsenplanten zijn vanaf de 16e eeuw uit Midden en Zuid-Europa aangevoerd om te verwilderen en hebben weten stand te houden in Noord-Europa. Stinsenplanten groeien vaak onder loofbomen en zijn de eerste planten die in de lente bloeien. Om als eerste te kunnen bloeien zijn stinsenplanten vaak bol of knolgewassen (geofyten) of hebben verdikte wortelstokken. In de zomer, wanneer er bladeren aan de boom zijn, verdwijnen ze weer onder de grond. Sommige stinsenplanten, zoals het sneeuwklokje (Galanthus) en het lenteklokje (Leucojum vernum), worden al vanaf de late middeleeuwen gekweekt.

Zodoende ben ik op zoek gegaan naar informatie over de vermeerdering van deze planten. Ik heb de vermeerdering van krokussen en sneeuwklokjes opgezocht, omdat die de meeste mensen wel kennen.

Krokus

De krokus vermeerdert zich door zelf nieuwe bolletjes aan te maken. De nieuwe bolletjes bij een krokus noem je broedbolletjes. In de herfst ontstaan ze aan de bovenkant van de bol. In het begin van de lente ontstaan hieruit nieuwe krokussen. Ze onttrekken in het eerste jaar hun energie aan de moederbol. Ze ontwikkelen in dit jaar wel al wortels, die later in de zomer de broedbolletjes omlaag trekken in de grond. Ze zijn dan beter beschermd tegen vorst, maar ook tegen veldmuizen die de bollen van krokussen eten.

Narcis

De voortplanting van de narcis geschiedt op twee manieren:

  1. Door natuurlijke verwildering, waarbij nevenbollen gevormd worden net als bij de krokus. De bollen groeien uit de moederbol. Ze verwilderen uit zichzelf.
  2. Door zaadvorming, waarbij de uitgebloeide bloem zaden vormt, die na het omvallen van de stengel op de grond terecht komen. De zaden zijn uitgerust met een mierenbroodje, dat graag door mieren wordt gegeten. Om deze reden verplaatsen de mieren de narciszaden. Deze zaadvorming kost de bol veel kracht en zorgt voor een minimale bloei het volgende jaar.

Sneeuwklokje

De voortplanting van het sneeuwklokje kan op drie manieren geschieden:

  1. De beste manier om sneeuwklokjes te vermeerderen is het delen van de pollen ver na de bloei. Je markeert de pollen tijdens de bloei. Tijdens de zomer als het loof is afgestorven, kun je de gemarkeerde bollen uitgraven en voorzichtig uit elkaar trekken. Je herplant deze nieuwe pollen direct. Op deze manier krijg je het snelste nieuwe bloemetjes.
  2. Scheuren in mei “in the green” wordt ook veel gedaan. Als het loof nog niet is afgestorven, haal je de plant uit de grond en trek je de bollen voorzichtig uit elkaar. Als de planten niet lang uit de grond blijven en er niet teveel wortels beschadigd raken valt de schade erg mee. Soms kan het 1 of 2 jaar duren voordat de plant goed aanslaat en doorgroeit.
  3. Zaaien van sneeuwklokjes is niet gebruikelijk, maar voor wilde soorten zeker aan te raden om sneller grote hoeveelheden te kweken. Oogst de zaden vers, als de zaaddoosjes openen en de rijpe zaden zichtbaar zijn. Houd de eerste twee jaar de sneeuwklokjes in een pot. Deze derde optie is behoorlijk arbeidsintensief en vereist meer kennis.