Posts

Krokus "King of striped"

Krokus en sneeuwklokje vermeerderen

Mijn vader draagt zo nu en dan onderwerpen aan voor mijn website. Zo kwam hij laatst met de vraag hoe bolgewassen zoals krokussen, sneeuwklokjes en narcissen zich voortplanten, want er zijn nog helemaal geen bijen te zien!

Hij bedoelde daarmee de zogenaamde stinsenplanten. Het woord “stins” betekent “stên hûs” ofwel stenen huis in het Fries. Dit was een versterkte adellijke woning in Friesland (van Dale). De eigenaren, adellijke heren met aanzien, konden het zich permitteren om voorjaarsbloeiers te importeren en rondom hun huis te planten. Stinsenplanten zijn in de regel voorjaarsbloeiers met opvallende bloemen. Stinsenplanten zijn vanaf de 16e eeuw uit Midden en Zuid-Europa aangevoerd om te verwilderen en hebben weten stand te houden in Noord-Europa. Stinsenplanten groeien vaak onder loofbomen en zijn de eerste planten die in de lente bloeien. Om als eerste te kunnen bloeien zijn stinsenplanten vaak bol of knolgewassen (geofyten) of hebben verdikte wortelstokken. In de zomer, wanneer er bladeren aan de boom zijn, verdwijnen ze weer onder de grond. Sommige stinsenplanten, zoals het sneeuwklokje (Galanthus) en het lenteklokje (Leucojum vernum), worden al vanaf de late middeleeuwen gekweekt.

Zodoende ben ik op zoek gegaan naar informatie over de vermeerdering van deze planten. Ik heb de vermeerdering van krokussen en sneeuwklokjes opgezocht, omdat die de meeste mensen wel kennen.

Krokus

De krokus vermeerdert zich door zelf nieuwe bolletjes aan te maken. De nieuwe bolletjes bij een krokus noem je broedbolletjes. In de herfst ontstaan ze aan de bovenkant van de bol. In het begin van de lente ontstaan hieruit nieuwe krokussen. Ze onttrekken in het eerste jaar hun energie aan de moederbol. Ze ontwikkelen in dit jaar wel al wortels, die later in de zomer de broedbolletjes omlaag trekken in de grond. Ze zijn dan beter beschermd tegen vorst, maar ook tegen veldmuizen die de bollen van krokussen eten.

Narcis

De voortplanting van de narcis geschiedt op twee manieren:

  1. Door natuurlijke verwildering, waarbij nevenbollen gevormd worden net als bij de krokus. De bollen groeien uit de moederbol. Ze verwilderen uit zichzelf.
  2. Door zaadvorming, waarbij de uitgebloeide bloem zaden vormt, die na het omvallen van de stengel op de grond terecht komen. De zaden zijn uitgerust met een mierenbroodje, dat graag door mieren wordt gegeten. Om deze reden verplaatsen de mieren de narciszaden. Deze zaadvorming kost de bol veel kracht en zorgt voor een minimale bloei het volgende jaar.

Sneeuwklokje

De voortplanting van het sneeuwklokje kan op drie manieren geschieden:

  1. De beste manier om sneeuwklokjes te vermeerderen is het delen van de pollen ver na de bloei. Je markeert de pollen tijdens de bloei. Tijdens de zomer als het loof is afgestorven, kun je de gemarkeerde bollen uitgraven en voorzichtig uit elkaar trekken. Je herplant deze nieuwe pollen direct. Op deze manier krijg je het snelste nieuwe bloemetjes.
  2. Scheuren in mei “in the green” wordt ook veel gedaan. Als het loof nog niet is afgestorven, haal je de plant uit de grond en trek je de bollen voorzichtig uit elkaar. Als de planten niet lang uit de grond blijven en er niet teveel wortels beschadigd raken valt de schade erg mee. Soms kan het 1 of 2 jaar duren voordat de plant goed aanslaat en doorgroeit.
  3. Zaaien van sneeuwklokjes is niet gebruikelijk, maar voor wilde soorten zeker aan te raden om sneller grote hoeveelheden te kweken. Oogst de zaden vers, als de zaaddoosjes openen en de rijpe zaden zichtbaar zijn. Houd de eerste twee jaar de sneeuwklokjes in een pot. Deze derde optie is behoorlijk arbeidsintensief en vereist meer kennis.