Geum hybride 'Bell Bank' - Nagelkruid

Tuintips voor mei

Kon in april het tuinieren echt beginnen, dan is mei de drukste maand van het jaar in de tuin!

Nu is het de tijd om hagen in vorm te knippen, de vijver in orde te brengen, één-en tweejarigen te planten, uitgebloeide struiken te snoeien en bloembakken te vullen.

Bloembollen
De meeste bloembollen, vooral die van de vroegbloeiende tulpen, zijn bezig met afsterven. Zodra het blad volledig is afgestorven, kun je dit met de hand wegnemen. Zodra het makkelijk loslaat, is het zeker afgestorven. Het ziet er nu weliswaar slordig uit, maar het komt de bol ten goede.

Het blad van de Allium (Sierui) ziet er ook vaak vergeeld uit, terwijl de bloem nu juist mooi in bloei staat. Indien je dat slordig vindt, knip je dat tot aan de steel af. De bloem heeft er geen last van.

Voor een mooie roze/paarse border met bloembollen volgend jaar kun je Allium (Sierui), de tulp Jumbo Pink (fel roze), de tulp Queen of the Night (diep paars) en de tulp Purple Flag (paars) met elkaar combineren. Plaats daar paarse Lunaria annua (Judaspenning, let op tweejarig!) bij en je hebt een prachtige voorjaarsborder!

Gazon
De kale plekken in je gazon moeten nu langzaam met het in maart gezaaide gras dichtgroeien. Zo niet, bemest en bekalk dan je gazon. Strooi juist als er regen is voorspeld kunstmest op het gazon, dan hoef je niet te sproeien. Wacht een paar dagen en zaai dan nogmaals.

Één-en tweejarigen
Je kunt in mei alle zaden van één-en tweejarigen in de volle grond planten. Denk aan soorten zoals Papaver, Impatiens (vlijtig liesje), Anthirrium (leeuwenbekje), Dianthus barbatus (duizendschoon), Bellis perennis (madelief) etc.

En ook de binnen gezaaide eenjarigen kunnen nu in de grond worden geplant. Denk hierbij aan de Nicotiana (siertabak), Zinnia (Goudsbloem), Salvia splendens (Vuursalie) en Cosmos (Cosmea).

Voor een interessante roze border komende zomer kun je de volgende combinatie eens uitproberen: Gaura lindheimeri (Prachtkaars), Echinacea purpurea (Zonnehoed), Heliotropium arborescens (Heliotroop) en Helichrysum Gold (Kerrieplant).

Vaste planten
In mei kun je er wel van uitgaan dat planten die het nog steeds niet doen, het ook niet gaan doen. Deze planten hebben de winter niet overleefd. Overigens is dat in deze winter wel triest. Haal ze weg en plant nieuwe aan.

Vergeet daarnaast de borders niet te bemesten. Doe dat met koemestkorrels of echte koemest. Dat is het beste. Verwijder alle ongewenste zaailingen en hark de grond lichtjes, waardoor de border er ineens veel netter uitziet.

Bloembakken
Bloembakken kunnen in mei aangepast worden. Het is een mooi cadeau voor moederdag.

Prachtig voor hanging baskets of bloembak is de volgende combinatie in rood: Helichrysum petiolare Silver, Surfinia Million Bells (de oranje met rood randje) met Pelargonium peltatum (rode hanggeraniums).

Veel succes met deze tuintips voor mei!

Krokus "King of striped"

Krokus en sneeuwklokje vermeerderen

Mijn vader draagt zo nu en dan onderwerpen aan voor mijn website. Zo kwam hij laatst met de vraag hoe bolgewassen zoals krokussen, sneeuwklokjes en narcissen zich voortplanten, want er zijn nog helemaal geen bijen te zien!

Hij bedoelde daarmee de zogenaamde stinsenplanten. Het woord “stins” betekent “stên hûs” ofwel stenen huis in het Fries. Dit was een versterkte adellijke woning in Friesland (van Dale). De eigenaren, adellijke heren met aanzien, konden het zich permitteren om voorjaarsbloeiers te importeren en rondom hun huis te planten. Stinsenplanten zijn in de regel voorjaarsbloeiers met opvallende bloemen. Stinsenplanten zijn vanaf de 16e eeuw uit Midden en Zuid-Europa aangevoerd om te verwilderen en hebben weten stand te houden in Noord-Europa. Stinsenplanten groeien vaak onder loofbomen en zijn de eerste planten die in de lente bloeien. Om als eerste te kunnen bloeien zijn stinsenplanten vaak bol of knolgewassen (geofyten) of hebben verdikte wortelstokken. In de zomer, wanneer er bladeren aan de boom zijn, verdwijnen ze weer onder de grond. Sommige stinsenplanten, zoals het sneeuwklokje (Galanthus) en het lenteklokje (Leucojum vernum), worden al vanaf de late middeleeuwen gekweekt.

Zodoende ben ik op zoek gegaan naar informatie over de vermeerdering van deze planten. Ik heb de vermeerdering van krokussen en sneeuwklokjes opgezocht, omdat die de meeste mensen wel kennen.

Krokus

De krokus vermeerdert zich door zelf nieuwe bolletjes aan te maken. De nieuwe bolletjes bij een krokus noem je broedbolletjes. In de herfst ontstaan ze aan de bovenkant van de bol. In het begin van de lente ontstaan hieruit nieuwe krokussen. Ze onttrekken in het eerste jaar hun energie aan de moederbol. Ze ontwikkelen in dit jaar wel al wortels, die later in de zomer de broedbolletjes omlaag trekken in de grond. Ze zijn dan beter beschermd tegen vorst, maar ook tegen veldmuizen die de bollen van krokussen eten.

Narcis

De voortplanting van de narcis geschiedt op twee manieren:

  1. Door natuurlijke verwildering, waarbij nevenbollen gevormd worden net als bij de krokus. De bollen groeien uit de moederbol. Ze verwilderen uit zichzelf.
  2. Door zaadvorming, waarbij de uitgebloeide bloem zaden vormt, die na het omvallen van de stengel op de grond terecht komen. De zaden zijn uitgerust met een mierenbroodje, dat graag door mieren wordt gegeten. Om deze reden verplaatsen de mieren de narciszaden. Deze zaadvorming kost de bol veel kracht en zorgt voor een minimale bloei het volgende jaar.

Sneeuwklokje

De voortplanting van het sneeuwklokje kan op drie manieren geschieden:

  1. De beste manier om sneeuwklokjes te vermeerderen is het delen van de pollen ver na de bloei. Je markeert de pollen tijdens de bloei. Tijdens de zomer als het loof is afgestorven, kun je de gemarkeerde bollen uitgraven en voorzichtig uit elkaar trekken. Je herplant deze nieuwe pollen direct. Op deze manier krijg je het snelste nieuwe bloemetjes.
  2. Scheuren in mei “in the green” wordt ook veel gedaan. Als het loof nog niet is afgestorven, haal je de plant uit de grond en trek je de bollen voorzichtig uit elkaar. Als de planten niet lang uit de grond blijven en er niet teveel wortels beschadigd raken valt de schade erg mee. Soms kan het 1 of 2 jaar duren voordat de plant goed aanslaat en doorgroeit.
  3. Zaaien van sneeuwklokjes is niet gebruikelijk, maar voor wilde soorten zeker aan te raden om sneller grote hoeveelheden te kweken. Oogst de zaden vers, als de zaaddoosjes openen en de rijpe zaden zichtbaar zijn. Houd de eerste twee jaar de sneeuwklokjes in een pot. Deze derde optie is behoorlijk arbeidsintensief en vereist meer kennis.